OFFICIËLE MEDEDELING VANWEGE DE RAAD VAN BEHEER AVF
Wangedrag en agressie in ons provinciaal en gewestelijk volleybal.
Gedragscode voor scheidsrechters en clubs.
Ook het volleybal ontsnapt niet aan belhamels. Het gebeurt zelfs dat sommigen menen op de vuist te moeten gaan als een wedstrijd niet naar hun zin verloopt, of de opgekropte gevoelens van frustratie ontoombaar worden! Aan de hand van de ingediende scheidsrechtersverslagen, genoteerde opmerkingen en bestraffingen op het wedstrijdblad, van wat we zelf constateerden, maar ook voorvallen die ons ter ore zijn gekomen - en hoe spijtig ook niet bestraft werden - moeten wij jammerlijk vaststellen dat menig speler/ speelster, coachen, bestuursleden en supporters het niet altijd zo nauw nemen met de
fair-play. Daarom herinneren wij iedereen aan wat onze eigen spelregels dienaangaande vermelden.
Hoofdstuk VI - Gedrag van de spelers.
Regel 20 - Gedragsbepalingen
Sportief gedrag
Deelnemers moeten de internationale volleybalspelregels kennen en ze toepassen.
Deelnemers moeten beslissingen van scheidsrechters op een sportieve manier aanvaarden, zonder die beslissingen aan te vechten.
In geval van twijfel mag uitleg gevraagd worden omtrent een beslissing, maar dit alleen door de kapitein op het terrein.
Deelnemers moeten zich onthouden van elke actie om beslissingen van de scheidsrechter te beïnvloeden.
Fair-play
Deelnemers moeten zich gedragen in een geest van sportiviteit en fair-play, niet alleen tegenover de scheidsrechters, maar ook tegenover andere officiëlen, de tegenstrevers, de ploeggenoten en de toeschouwers.
Overleg tussen ploeggenoten tijdens het spel is toegelaten. De internationale spelregels voorzien een sanctieschaal met gradatie van de waarschuwing tot de uitsluiting om al naar het geval en de aard van het wangedrag of agressie te bestraffen door de eerste scheidsrechter. In ons provinciaal reglement is een puntensysteem opgenomen voor gegeven kaarten (geel/rood), waar diegenen die herhaaldelijk gesanctioneerd worden tijdens wedstrijden zonder daarbij uitgesloten te worden, als recidivist gesanctioneerd worden met een schorsing. Het is van het grootste belang dat elk wangedrag in de kiem wordt gesmoord en daarvoor ligt er een belangrijke verantwoordelijkheid bij de (eerste) scheidsrechter. Hij/zij moet het onderscheid kunnen maken tussen de ludieke of de enthousiaste reactie enerzijds van spelers/speelsters en andere deelnemers aan de wedstrijd en anderzijds het intimideren of provoceren. Deze laatste gedragsvormen mogen door de scheidsrechter niet getolereerd worden en er moet onmiddellijk en gepast tegen opgetreden worden met de middelen die ter beschikking staan. Dat is weliswaar niet altijd even gemakkelijk, maar als er niet wordt opgetreden ten overstaan van elke vorm van wangedrag, verlaagt men zichzelf tot het niveau van de aanstokers van onrust.
Zelfs als er zich feiten afspelen die niet voorzien zijn in de internationale spelregels, zoals wangedrag en verbale agressie van supporters, moet er voortaan zonder aarzelen worden opgetreden. Verbaal geweld, om het even met welke bewoordingen ten overstaan van spelers/speelsters of officiëlen kan niet meer geduld worden; niemand komt naar een volleybalwedstrijd om zich te laten kleineren of de huid vol te laten schelden. Belasterende en beledigende uitvallen of gebaren zijn onfatsoenlijk, zowel rond als op het volleybalveld. Er wordt alle scheidsrechters in de provinciale en gewestelijke competities opgedragen te reageren op elke kwetsende taal omtrent het uiterlijk, overtuiging, geaardheid of wat dan ook. De reactie van de scheidsrechter zal ook hier passend zijn al naargelang de omstandigheden en daartoe behoren voortaan ook volgende mogelijkheden.
- De beide kapiteins wordt de opdracht gegeven om samen met de medespelers hun supporters tot kalmte en sportiviteit aan te manen, met de opmerking toevoegend dat zij het publiek er dienen op te wijzen dat hun ploeg en club het slachtoffer zal zijn van de omstandigheden.
- Als dat niet baat onderbreekt de scheidsrechter de wedstrijd en geeft de beide ploegen de opdracht om zich naar de kleedkamer te begeven. Na een passende onderbreking (minimum 5 minuten, maximum 15 minuten) wordt er gepoogd om de wedstrijd alsnog normaal verder te laten verlopen (stand, rotatie en opslag zoals op het ogenblik van de onderbreking).
- Indien na een onderbreking van de wedstrijd de bedaardheid onder de supporters
niet is weergekeerd of de onrust herneemt, zal de scheidsrechter de wedstrijd definitief stilleggen.
In het geval het zelfs tot handgemeen komt tijdens een wedstrijd (spelers en/of supporters) moet de scheidsrechter altijd en onmiddellijk de wedstrijd staken en niet meer hernemen. Vanzelfsprekend wordt er van elk voorval dat leidt tot een onderbreking of stopzetten van de wedstrijd, door de scheidsrechter een verslag opgemaakt, dat zoals voorgeschreven, binnen de 10 dagen moet ingediend worden. Het hoeft geen bijkomende uitleg dat voor elk incident nà de wedstrijd, wat er ook gebeurt of vastgesteld wordt, eveneens een verslag dient opgemaakt door de scheidsrechter, waarbij nog opgemerkt wordt dat zowel de tweede scheidsrechter als de eerste een verslag kan opmaken. Wij herinneren er bovendien aan dat het de taak is van de terreinafgevaardigde, clubbesturen en de beide ploegen om zonodig de scheidsrechter(s) in bescherming te nemen. Elke aantasting van de fysische integriteit van de scheidsrechter(s) zal als de zwaarste overtreding bestraft worden.
Onze juridische commissies zullen gevolg geven aan elk ingediend verslag en voorbeeldige straffen opleggen, rekening houdend met de gepleegde feiten en omstandigheden. Scheidsrechters die tekortschieten in deze opdrachten zullen voortaan ook gesanctioneerd worden. Vaak zijn het de meest geroutineerde scheidsrechters die teveel toelaten; zij kunnen het wel aan, zo wordt gemeend. Zij hebben evenwel de missie een solidaire
houding aan te nemen met vooral jongere en minder ervaren scheidsrechters die ook meestal het slachtoffer zijn van scheldpartijen en verbale bedreigingen en daardoor vaak misnoegd, vroegtijdig er de brui aan geven.
Er wordt met bovenstaande nieuwe gedragslijnen een bijkomend middel gegeven aan de scheidsrechters, waardoor zij over alle mogelijkheden beschikken om oordeelkundig in te grijpen waar het moet en alzo voor alle wedstrijden een sportief verloop te verzekeren.
Onze clubs wordt met veel aandrang gevraagd hiervan kennis te geven aan spelers en clubaanhang. Het is een streven van de Raad van Bestuur AVF om elk wangedrag te miniseren om zeker niet te degenereren in het vulgaire of hooliganisme. De Raad van
Beheer AVF staat, in de strijd tegen elk wangedrag op onze volleybalvelden, pal achter
alle scheidsrechters om hen hierin te steunen.
Wat voorafgaat werd beslist en goedgekeurd door de Raad van Beheer AVF op 8.2.2001
en is onmiddellijk van toepassing.